Loonkostenvoordeel voor lage lonen


Werkgevers die werknemers in dienst hebben met een loon tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML), krijgen een tegemoetkoming in de vorm van het lage-inkomensvoordeel (LIV). Je krijgt het LIV alleen voor werknemers met minimaal 1.248 verloonde uren per jaar. Het gaat daarbij om alle uitbetaalde uren, dus ook uren waarvoor niet gewerkt wordt. Denk aan betaald verlof, ziekte, overwerk en uitbetaalde verlofuren.


Tip: ga na voor welke werknemers je op grond van het uurloon het loonkostenvoordeel zou kunnen ontvangen. Ga vervolgens na of zij het minimaal vereiste aantal uren werken. Zitten ze net onder de grens, dan kan het lonend zijn het aantal uren te verhogen. Zelfs als je je werknemer extra betaald verlof zou geven, tellen de uren mee en is het loonkostenvoordeel wellicht toch binnen te halen.


Tip: is het uurloon te hoog, dan kan je in plaats van loon wellicht gebruikmaken van alternatieven. Denk daarbij aan onbelaste kostenvergoedingen en het onderbrengen van belast loon in de werkkostenregeling. Dit loon telt namelijk niet mee voor de bepaling van het LIV.


Jeugd-LIV

Voor jongeren van 18 t/m 20 jaar geldt een lagere tegemoetkoming in de vorm van het jeugd-LIV. De bedragen voor 2021 staan in de tabel hieronder. De eis van minstens 1.248 verloonde uren geldt niet voor het jeugd-LIV.

Leeftijd op 31-12-2020 Jeugd-LIV per uur Maximum jeugd-LIV per jaar

18 jaar € 0,07 € 135,20

19 jaar € 0,08 € 166,40

20 jaar € 0,30 € 613,60