Advieswijzer | Voordelen loonkosten 2020


Als werkgever heb je voor bepaalde groepen werknemers onder voorwaarden recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. De tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag per verloond uur met een vast maximaal bedrag per jaar. Er zijn verschillende vormen: de loonkostenvoordelen en de lage-inkomensvoordelen.

Loonkostenvoordelen

Om voor loonkostenvoordelen (LKV) in aanmerking te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de werknemer verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen en mag de AOW-leeftijd nog niet zijn bereikt. Voor het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers moet de werknemer bij aanvang van de dienstbetrekking 56 jaar of ouder zijn en voor de overige LKV moet het gaan om een werknemer met een arbeidsbeperking.

Verschillende soorten LKV

Er zijn vier soorten LKV, voor:

  1. oudere werknemers

  2. arbeidsgehandicapte werknemers

  3. doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

  4. herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Tip: per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Neem voor de exacte voorwaarden contact op met een van onze relatiebeheerders.

Je hebt recht op een LKV vanaf het moment dat de werknemer bij jou in dienst komt, voor maximaal drie jaar, maar uiterlijk tot de werknemer de AOW-leeftijd bereikt. Voor het LKV voor het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer geldt maximaal één jaar.

Bedragen LKV voor 2020

Hoeveel loonkostenvoordeel je krijgt, hangt dus af van het aantal verloonde uren en van het soort loonkostenvoordeel. De bedragen voor 2020, die in 2021 worden uitbetaald, zijn:

Loonkostenvoordeel Bedrag per verloond uur Maximumbedrag per jaar

Oudere werknemer € 3,05 € 6.000

Arbeidsgehandicapte werknemer € 3,05 € 6.000

Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden € 1,01 € 2.000

Herplaatsen arbeidsgehandicapte

werknemer € 3,05 € 6.000

Hoe vraag je het LKV aan?

Je vraagt het loonkostenvoordeel aan in de aangifte loonheffingen, door de indicatie voor het LKV aan te zetten. Zonder deze indicatie ontvang je geen LKV. De aanvraag kan je doen, zodra je een doelgroepverklaring van de werknemer hebt. In de doelgroepverklaring staat voor welk loonkostenvoordeel de verklaring is afgegeven en de voorwaarden waaraan de werknemer voldoet. De doelgroepverklaring vraagt je werknemer aan bij het UWV of de gemeente. Deze wordt alleen verstrekt aan de werknemer, tenzij deze jou gemachtigd heeft om de verklaring aan te vragen en te ontvangen.

Let op! De doelgroepverklaring moet tijdig aangevraagd worden, namelijk binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Als de aanvraag te laat binnen is, krijgt je werknemer geen doelgroepverklaring meer en kan je geen aanspraak maken op het LKV.

Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen waar je voor werknemers over het voorgaande jaar recht op hebt. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorgaande jaar die je tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar hebt gedaan. Je kan tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van je loonkostenvoordelen. De definitieve berekening van de loonkostenvoordelen ontvang je vóór 1 augustus van de Belastingdienst, op basis van de berekening van het UWV.

Lage-inkomensvoordeel

Om in aanmerking te komen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het gemiddelde uurloon van de werknemer bedraagt in 2020 minimaal € 10,29, maar niet meer dan € 12,87

  • De werknemer heeft bij jou minimaal 1248 verloonde uren in een kalenderjaar

  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt

  • De werknemer is verzekerd voor werknemersverzekeringen

Voor de vaststelling van het totale jaarloon telt alles mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon, waardoor er mogelijk geen recht bestaat op het LIV.

Tip: eindheffingsbestanddelen tellen niet mee voor de vaststelling van het jaarloon. Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen die je onderbrengt in de vrije ruimte voor de werkkostenregeling, niet van invloed zijn op het recht op het LIV.

Bedragen LIV voor 2020

Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. De bedragen voor 2020 zijn:

Gemiddeld uurloon LIV per werknemer per verloond uur Maximale LIV per werknemer per jaar

(bij een 40-urige werkweek)

€ 10,29 - € 12,87 € 0,51 € 1.000,-

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij jou in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd.

Hoe vraag je het LIV aan?

Je hoeft het LIV niet aan te vragen. Het UWV bepaalt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers je er recht op hebt. Het is erg belangrijk dat je het aantal verloonde uren in de loonaangifte dus goed invult. De Belastingdienst betaalt het LIV over het voorgaande jaar in het daaropvolgende jaar aan je uit als uit de aangiften loonheffingen blijkt dat je er recht op hebt. Ook voor het LIV geldt: je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kan tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je vóór 1 augustus.

Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV compenseert de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017 en 1 juli 2019. Voor het jeugd-LIV geldt dat de werknemer verzekerd moet zijn voor werknemersverzekeringen en op 31 december 2019 de leeftijd van 18, 19 of 20 jaar heeft. Vanaf 2020 hebben 21-jarigen recht op het volledig wettelijk minimumloon en vallen daarom buiten de uurloongrenzen van het jeugd-LIV. Verder moet de werknemer een gemiddeld uurloon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumloon voor zijn leeftijd.

Bedragen jeugd-LIV voor 2020

Het jeugd-LIV bestaat ook uit een vast bedrag per verloond uur. De bedragen voor 2020 zijn:

Leeftijd op 31-12-2019 Bedrag per werknemer Maximaal bedrag per

per verloond uur in 2020 werknemer in 2020

18 € 0,07 € 135,20

19 € 0,08 € 166,40

20 € 0,30 € 613,60

De uurloongrenzen voor het jaar 2020 moeten nog worden vastgesteld, zodra het wettelijk minimumloon per 1 juli 2020 is gepubliceerd.

Hoe vraag je het jeugd-LIV aan?

Ook het jeugd-LIV hoef je niet aan te vragen. Het UWV bepaalt ook hierbij op basis van de polisadministratie voor welke werknemers je er recht op hebt. En ook hiervan krijg je vóór 15 maart een voorlopige berekening van de Belastingdienst en kan je tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen.|

Let op! Als je de voorlopige berekeningen voor LKV en (jeugd-)LIV niet hebt ontvangen vóór 15 maart, terwijl je er wel recht op hebt, is dit nog tot en met 1 mei te repareren. Dat doe je door een correctie over het voorafgaande jaar in te sturen.

Als je voor een bepaalde werknemer in aanmerking komt voor meerdere tegemoetkomingen, bijvoorbeeld zowel het LKV als het LIV, dan wordt alleen het hoogste bedrag uitbetaald. Zijn de bedragen van het LKV en het LIV hetzelfde, dan wordt alleen het LKV uitbetaald. Een LKV en het jeugd-LIV kunnen wel samengaan.

Bijzondere tegemoetkomingen voor werknemers met een arbeidsbeperking

Naast voorgaande tegemoetkomingen in de loonkosten zijn er nog twee vormen die voor werknemers met een arbeidsbeperking gelden, namelijk loonkostensubsidie en loondispensatie.

Bij deze twee vormen betaal je alleen voor de werkelijke arbeidsproductiviteit.

Loonkostensubsidie

Je kunt in aanmerking komen voor loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking, die niet in staat zijn om met voltijds werken 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (en die onder de gemeentelijke doelgroep Participatiewet vallen). Deze subsidie wordt uitgekeerd door de gemeente waar de werknemer woont.

Voor de aanvraag van loonkostensubsidie kan je een aanvraag indienen bij het regionale Werkgeversservicepunt in de arbeidsmarktregio. Middels een loonwaardebepaling wordt de productiviteit van de werknemer vastgesteld en op basis daarvan wordt de hoogte van de loonkostensubsidie bepaald. Deze is ten hoogste 70% van het wettelijk minimumloon. Zodra de loonwaarde van de werknemer gelijk is aan het wettelijk minimumloon, stopt de loonkostensubsidie.

Loondispensatie

Voor mensen met een arbeidsbeperking en een Wajong-uitkering kan je loondispensatie aanvragen bij het UWV. Je vraagt het UWV toestemming om minder dan het wettelijk minimumloon uit te betalen. Dit doe je door het invullen van het formulier Aanvraag loondispensatie Wajong.

Een arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap, en bepaalt dan welk percentage van het wettelijk minimumloon je aan de werknemer moet betalen. De werknemer krijgt van het UWV een aanvulling op het salaris.

Loondispensatie ontvang je maximaal vijf jaar, maar het is mogelijk om een verlenging aan te vragen.


Rijnstraat 3, 2231 EG, Katwijk