Houd grip op de loonadministratie [ 21-07-2011 ]
Werkgevers moeten op de hoogte zijn van de belangrijkste valkuilen en hoe zij daarmee
moeten omgaan.
Het in dienst nemen van personeel brengt tal van consequenties met zich. Zo moet
de werkgever een loonadministratie aanleggen om aangifte loonheffingen te kunnen
doen. Daarbij zijn er zaken die enig risico vertegenwoordigen waarmee iedere werkgever
rekening moet houden. De belangrijkste aandachtspunten op een rij.
Tijdig en juiste identificatie nieuw personeel
Op het moment dat een nieuwe werknemer in dienst treedt moet de werkgever de identiteit
van de werknemer vaststellen aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. De werkgever
bewaart een kopie hiervan bij zijn loonadministratie. Als de identiteit van de werknemer
(ook meewerkende kinderen) niet tijdig en juist wordt geverifieerd, leidt dit tot
toepassing van het zogenoemde anoniementarief (52%) op het loon. De inhoudingsplichtige
riskeert daarmee ook een hoge naheffingsaanslag en een verzuimboete van maximaal
€ 4920.
Specificatie vaste kostenvergoedingen
Veel werkgevers verstrekken een vaste kostenvergoeding aan hun werknemers. Let daarbij
wel op een aantal voorwaarden. Zo moeten vaste kostenvergoedingen afzonderlijk van
het loon worden vastgesteld en voorafgaand aan de betaling naar aard en veronderstelde
omvang worden gespecificeerd. In de praktijk verzuimen werkgevers hierin vaak. Het
gevolg kan zijn dat de Belastingdienst naheffingsaanslagen met boete en heffingsrente
oplegt, omdat de kostenvergoeding als belastbaar loon wordt aangemerkt.
Secundaire arbeidsvoorwaarden
Naast de primaire arbeidsvoorwaarde (salaris) verstrekken werkgevers meestal ook
secundaire arbeidsvoorwaarden. De bekendste vorm van secundaire arbeidsvoorwaarde
is de auto van de zaak.
Op dit punt geldt dat de opgave van de ter beschikking gestelde auto juist moet
zijn. Zo moet de fiscale bijtelling van het privégebruik van de auto plaatsvinden.
Deze bijtelling mag echter achterwege blijven als er sprake is van maximaal vijfhonderd
kilometer privégebruik per kalenderjaar. De werkgever moet dit wel kunnen
bewijzen met bijvoorbeeld een kopie van de ‘Verklaring geen privégebruik
auto’ die hij bij zijn administratie bewaart.
Blijkt de werknemer op kalenderjaarbasis met zo’n auto meer dan vijfhonderd kilometer
privé te rijden, dan moet de waarde van het privégebruik bij zijn
loon worden geteld. Om fouten te voorkomen bij het vastleggen en uitvoeren van de
arbeidsvoorwaarden doet de werkgever er goed aan om vooraf met de Belastingdienst
te overleggen over de status van de secundaire arbeidsvoorwaarden.
Let op!
Het is in bepaalde gevallen mogelijk een (collectieve) afspraak met de Belastingdienst
te maken over het privégebruik van een auto door (een groep van) werknemers.
Deze werknemers hoeven dan geen rittenregistratie bij te houden, maar mogen ook
geen verklaring aanvragen.
Premiepercentages
Werkgevers betalen het werkgeversdeel van de socialeverzekeringspremies en houden
het werknemersdeel in op het loon van de werknemer. De hoogte van de premie is afhankelijk
van de sector waarin het bedrijf is ingedeeld.
Een startende ondernemer ontvangt - na aanmelding - een beschikking van de Belastingdienst
met daarin de code van de sector waartoe hij behoort. In geval van structurele veranderingen
binnen zijn onderneming moet hij een nieuwe beschikking krijgen. Een verkeerde sectorindeling
– maar ook het ten onrechte toepassen van lage premiepercentages – kan een aanzienlijk
verschil in totale loonkosten betekenen. In bepaalde sectoren (zoals de horeca)
geldt voor vast personeel namelijk een lager premiepercentage dan voor los personeel,
dus let hierop.
‘Zuivere’ pensioenregelingen
Pensioenregelingen moeten voldoen aan de eisen van de Wet op de loonbelasting. Bij
twijfel is het verstandig contact op te nemen met de Belastingdienst. Als de pensioenregeling
niet aan de eisen voldoet, wordt deze aangemerkt als ‘onzuiver’. De gehele aanspraak
is dan belast. Daarbij komt nog dat de werkgever de zogenoemde revisierente met
een tarief van 20% moet betalen.
Loonbelasting in internationaal verband
De drie belangrijkste aandachtspunten op het gebied van loonbelasting in internationaal
verband zijn de 30%-regeling, de 183-dagenregeling en de socialeverzekeringsplicht.
Het toepassen van de 30%-regeling voor zogenoemde ingekomen werknemers is toegestaan
vanaf het moment dat de Belastingdienst een beschikking afgeeft. Het komt weleens
voor dat werkgevers al gedurende de periode na de aanvraag en voordat een beschikking
is afgegeven de 30%-regeling toepassen.
Ook een verkeerde interpretatie van een verdragsbepaling kan leiden tot een onjuiste
aangifte loonheffingen. Dit is het geval bij toepassing van de zogenoemde 183-dagenregeling
in combinatie met het materieel werkgeverschap. Bij doorbelasting aan de zogenoemde
materiële werkgever (waarbij loonkosten en vergoeding zijn gerelateerd aan
de tijdsduur) moet vanaf de eerste dag (en niet pas bij overschrijding van de 183-dagengrens)
loonbelasting worden ingehouden. Dit is een veelvoorkomend misverstand.
Op het gebied van sociale verzekeringen heeft de werkgever te maken met bilaterale
verdragen en EG-verordeningen. Op grond hiervan wordt bepaald welk land exclusief
bevoegd is om volgens zijn socialeverzekeringsstelsel premies te heffen. Het is
aan te raden hiervoor contact op te nemen met de Sociale Verzekeringsbank.
Het in orde brengen van de loonadministratie op deze punten is van groot belang.
Bron: De Salarisadviseur
Terug
|